Beveiliging tegen explosiegevaar

Wanneer is er explosiegevaar?
Om ons tegen explosiegevaar te kunnen beveiligen moeten we eerst weten wanneer er zich daadwerkelijk een risicovolle situatie kan voordoen. Gevaar voor een explosie is er wanneer er een mengsel van brandbare stof en lucht wordt ontstoken en dit zich verspreidt tot alle brandbare stof opgebrand is. Dit kan zich voordoen bij gassen, dampen, nevels en stof.

Het is dus niet alleen zo dat er ontploffingsgevaar bestaat bij gevaarlijke stoffen, ook simpel stof of poeder kan onder de juiste omstandigheden bij ontsteking werken als een bom. Voor het meten van ontploffingsgevaar bij stof bestaat geen meetinstrument, over het algemeen wordt de regel ‘1 meter zicht’ aangehouden.

Welke explosiegevaren kunnen wél gemeten worden?
Gas en nevels- of dampen zijn stoffen waarvan het ontploffingsgevaar gemeten kan worden met een drukmeter. Deze wordt per stof ingesteld naar zijn LEL (Low Explosive Level). Iedere stof heeft een minimum en een maximum (UEL Upper Explosive Level) explosiegrens

Bij gassen hangen de grenzen samen met de omgevingsluchtdruk en bij nevelen of dampen bij de intensie ervan. Hoe kleiner de neveldruppels hoe meer de vloeistof de samenstelling van gas aanneemt en hoe hoger het explosiegevaar wordt.

Arbeidsomstandigheden
De Arbowet schrijft voor dat elke werkgever verplicht is zijn personeel te behoeden voor risicovolle activiteiten. Volgens de Europese richtlijn Atex 137 oftewel de 1999/92/EG norm is elk bedrijf met explosiegevaar verplicht een explosieveiligheidsdocument op te stellen. Hierin moeten zijn opgenomen:

  • Een risicoanalyse
  • Indeling van de gevarenzone
  • Organisatorische en technische maatregelen
  • Onderricht werknemers

Daarnaast is de werkgever verplicht preventieve werkomstandigheden te creëeren, als deze het laten afweten dat er geen ontsteking kan plaatsvinden en als ook dit faalt dat de explosies zich niet kunnen verspreiden.

Comments are closed.